Restaureren

woensdag, mei 14th, 2008

De vraag die in een mens zou kunnen opkomen bij het zien van de romantisch aandoende ruïne aan de IJssel ziet, is: ‘Waarom restaureren? De Nijenbeek ligt er in zijn huidige staat nog mooi bij’. Men zou hierin zeker geen ongelijk hebben. De Nijenbeek is tenslotte een goed voorbeeld van een prachtig gelegen ruïne die er zelfs in haar vervallen hoedanigheid nog indrukwekkend uitziet.

Helaas is dit monumentale bouwwerk in haar huidige staat echter niet lang meer bij machte om overeind te blijven staan. Het verval heeft reeds lang geleden ingezet en gaat met de jaren steeds sneller. Niet ingrijpen zal op termijn zeker de instorting tot gevolg hebben van dit kasteel, dat de tand des tijds eeuwenlang heeft weten te weerstaan.

En als de tand des tijds de aanleiding zou zijn geweest voor het verval van de Nijenbeek, zou dit wellicht nog te verkroppen zijn geweest. De treurige werkelijkheid is echter dat niet de tijd, maar oorlogsgeweld de grote schade heeft veroorzaakt waaronder het kasteel thans lijdt. Als er niet wordt ingegrepen zal er uiteindelijk zelfs geen sprake meer zijn van ‘Ruïne Nijenbeek’, maar zal slechts een stapel stenen de voorbijganger nog doen herinneren aan de meer dan 775 jaar oude burcht.

Waarom restaureren?

De middeleeuwse geschiedenis van Nederland is, vergeleken met de ons omringende landen, weinig omvangrijk of veelbetekenend te noemen. Ons waterrijke land was in de middeleeuwen nog grotendeels een onbegaanbaar, drassig gebied, dat zich maar slecht leende voor het realiseren van grote bouwwerken en was in deze tijden nog tamelijk perifeer. Mede daarom wordt het Nederlandse landschap niet gekenmerkt door een grote verzameling kastelen. Reden te meer om daarom iedere burcht uit deze tijd te koesteren en te behoeden voor verval.

Daarnaast is de Nijenbeek uniek. De bouwkundigen Moolhuijzen en Meerstadt wezen in hun restauratievoorstel uit 1983 al op de ‘zuivere vorm, waarin…..zoveel bouwkundige aanwijzingen zijn vervat’. Hiermee doelen Moolhuijzen en Meerstadt op de aanpassingen die het kasteel in de loop der tijd heeft ondergaan. Wat ooit begon als een dertiende-eeuwse, stenen woontoren, is in de loop der eeuwen aan veranderingen onderhevig geweest. Tal van grotere en kleinere gebouwen maakten ooit deel uit van de Nijenbeek, waaronder ook een omvangrijke voorburcht. Wat ons nu nog rest is de eenzame woontoren, een van de weinige overgebleven ‘oerdonjons’ uit de dertiende-eeuwse beginperiode.

Tot slot spreekt de prachtige lokatie van de Nijenbeek, aan de IJssel en middenin een prachtig natuurgebied, uiteraard voor zich, zoals menig wandelaar en fietser zal beamen. Het kasteel hoort bij het landschap, waar in de loop der eeuwen maar weinig veranderingen hebben plaatsgevonden. Het is duidelijk dat de Nijenbeek op unieke wijze een stuk geschiedenis vertegenwoordigt dat wij niet verloren mogen laten gaan.

Geschiedenis van het verval

De drang om de Nijenbeek te behouden is niet van nu. Kort na de oorlog meende men blijkbaar dat het de moeite waard zou zijn om de Nijenbeek te herstellen. Het slot was dan ook al lange tijd een geliefd monument geweest dat jaarlijks vele reizigers trok tijdens hun tocht langs de IJssel. Wellicht was het ondenkbaar dat men het niet op termijn in volle glorie zou laten herrijzen. In afwachting van de restauratiewerkzaamheden werd ter overbrugging een nooddak geplaatst, zodat er voorlopig enige bescherming was tegen regen, wind, vorst en sneeuw. Helaas bleven concrete plannen voor restauratie uit en het nooddak stortte uiteindelijk in. Vanaf dat moment hadden de elementen vrij spel in het kasteel, dat steeds verder in verval begon te raken. Jaren na de oorlog werd de natuur nog een handje geholpen doordat het resterende deel van de zestiende-eeuwse aanbouw vanwege het instortingsgevaar werd gesloopt. Hiermee bleef feitelijk slechts de originele donjon over, tezamen met de restanten van de traptoren en de 14e-eeuwse poort.

Hoe nu verder?

Ten aanzien van de toekomst zijn er twee opties. In de eerste plaats kan gekozen worden voor het conserveren van de resten van de Nijenbeek. Met een paar simpele ingrepen kan de toren behouden worden, in de situatie zoals deze nu is. Interessanter is de tweede optie, waarbij het gaat om restauratie. De grote vraag is dan wel in welke vorm de Nijenbeek hersteld zou moeten worden. Het kasteel is in de loop der eeuw immers aan veranderingen onderhevig geweest. In een gesprek tussen leden van de Werkgroep Nijenbeek en een vertegenwoordiger van de eigenaresse van de ruïne werd duidelijk dat de intentie bestaat om de ruïne te herstellen in de vooroorlogse staat. Dat betekent de toren, inclusief de zestiende-eeuwse aanbouw het ommuurde plein en de poort. Er kan daarbij geen aanspraak worden gemaakt op de BRIM-subsidieregeling. De BRIM is niet bedoeld voor restauratiewerkzaamheden, maar voor behoud van bestaande bouw. Bovendien is de maximale financiële injectie vanuit de BRIM lang niet genoeg voor een restauratieproject waarvan de kosten volgens recent onderzoek op 3.500.000 euro worden geschat.

Toch is er hoop. Inmiddels er overleg gaande tussen de eigenaresse, de provincie en gemeente. Er wordt gewerkt aan een plan voor het behoud van alle gebouwen op het landgoed ‘De Poll’, waar de Nijenbeek onderdeel van uitmaakt. In dit plan staat het behoud van de monumentale boerderijen voorop, maar er is ook expliciet aandacht voor de Nijenbeek. Hoewel niet duidelijk is wat ‘aandacht voor de Nijenbeek’ nu precies inhoudt, geeft het wel hoop. Het lijkt een nieuwe impuls te zijn om de Nijenbeek dan toch te behouden voor de totale ondergang.

In november 2008 was in de Stentor te lezen dat de Nijenbeek onderdeel uitmaakt van de toekomstvisie van landgoed De Poll. Verder is afgesproken dat er in 2009 een onderzoek komt naar de bouwkundige staat van de Nijenbeek, aangevuld met een onderzoek hoe het behoud van de Nijenbeek gefinancierd moet worden.

Restaureren met historisch besef

De noodzaak om ‘iets’ te doen om de Nijenbeek te behouden betekent uiteraard niet dat men maar lukraak aan de gang zou moeten gaan met nieuwe bouwmaterialen om de Nijenbeek weer te herstellen. Bij de restauratie van oude gebouwen moet het behoud van het oorspronkelijke materiaal voorop staan, in plaats van vervanging ervan. Dit zou ook voor de Nijenbeek moeten gelden. Er moet dan wel eerst een ijkpunt worden vastgesteld. In de dertiende eeuw heeft de Nijenbeek, zoals eerder aangegeven, immers een ander uiterlijk dan in latere eeuwen. Uitbouwen zijn later toegevoegd en de indeling van de verdiepingen en daarmee ook de ramen, is gewijzigd.

Uiteraard is het op dit moment nog moeilijk te bepalen hoe de restauratie van de Nijenbeek gestalte zou moeten krijgen. Die keuze is niet alleen van historische aard. Het gaat ook om de dekking van de kosten die met een restauratie gepaard gaan en het uiteindelijke doel van de Nijenbeek. Want wat willen we ermee? Wordt het een museum, een restaurant, een historisch centrum, een appartementencomplex? Het zijn slechts een aantal aantrekkelijke en minder aantrekkelijke opties. Glashelder is dat in elk geval de donjon voor restauratie in aanmerking moet komen.

Inmiddels gaat de tijd een rol spelen en een tol vragen. De herstelwerkzaamheden mogen niet te lang meer op zich laten wachten. De Werkgroep Nijenbeek volgt de ontwikkelingen rondom het kasteel dan ook nauwlettend en blijft aandacht vragen voor het kasteel, onder andere door het organiseren van jaarlijkse Nijenbeekdagen. Op die manier verplichten we alle betrokkenen om de Nijenbeek in het vizier te houden tot het moment daar is dat het monument, in welke historisch verantwoorde vorm dan ook, opnieuw geopend kan worden.

Share on Facebook