Geschiedenis

maandag, mei 14th, 2007

Hoewel de naam pas in 1266 voor het eerst opduikt in de geschriften, was de Nijenbeek waarschijnlijk reeds rond 1230 aan de oevers van de IJssel gebouwd. Het kasteel, dat in zijn beginjaren nog aan alle zijden door de rivier omsloten werd, was in deze tijd nog in het bezit van ene Theodericus (Dirk), ridder en heer van de Nijenbeek. Het bestond toen nog slechts uit de woontoren en van enige aanbouwen was nog geen sprake. Spoedig daarna kwam het echter in het bezit van de graven van Gelre, die er honderden jaren lang hun greep op zouden behouden. Vanaf het einde van de veertiende eeuw, werd het kasteel als leen in handen gegeven van het geslacht Van Steenbergen, dat het tot in de achttiende eeuw zou beheren. Gedurende deze eeuwen doorstond het slot vele woelige tijden.

Waarom de Nijenbeek op de genoemde locatie aan de IJssel gebouwd werd, laat zich makkelijk raden: De ligging aan de rivier verzekerde controle over het waterverkeer, terwijl het slot tegelijkertijd op een strategisch punt lag, op de grens van drie gebieden: De Veluwe, een achterleen van de Hertog van Brabant; het graafschap van Zutphen en Overijssel, dat onder de bisschop van Utrecht viel.

“Dikke Hertog”

Het bekendste hoofdstuk uit de geschiedenis van de Nijenbeek wordt gevormd door de gevangenschap van de ‘Dikke Hertog’. In 1343 volgde Reinald III zijn vader op als hertog van Gelre. Enkele jaren na zijn aantreden gebeurde het dat een van Reinalds raadslieden, Gijsbert van Bronckhorst, in conflict kwam met de bisschop van Utrecht. Reinald zag zich gedwongen de zijde van zijn Gijsbert te kiezen, waarop de bisschop van Utrecht steun zocht bij de vijanden van de Bronckhorsten, de Heekerens. Kort daarop echter liep Reinald over naar de zijde van de Heekerens, waarop de Bronkhorsten hun steun zochten bij Reinald’s broer Eduard. De strijd duurde enige jaren met tussenpozen voort, totdat Reinald bij de Slag bij Tiel beslissend werd verslagen en door zijn broer gevangen werd genomen. Hoewel Reinald enige jaren nabij Arnhem gevangen zat, werd hij rond 1365 naar de Nijenbeek overgebracht, waar hij tot aan de dood van zijn broer in 1371 verbleef. Volgens de overlevering liet Reinald zich de culinaire geneugten des levens goed smaken, waardoor hij dusdanig in omvang toenam, dat men bij zijn uiteindelijke vrijlating een stuk uit de muren moest breken om de hertog zijn vrijheid te kunnen geven.

Middeleeuwen

Door de eeuwen heen veranderde het uiterlijk van de Nijenbeek voortdurend. Het kasteel, dat eens uit uitsluitend uit de woontoren had bestaan, werd door de jaren heen verhoogd en uitgebouwd met een traptoren, ommuurd plein en een vestibule. Nog in de 18e eeuw werd het slot ingrijpend gerestaureerd. Het ziet ernaar uit dat het kasteel in zijn begintijd eveneens een voorburcht bezat, die later werd afgebroken. De stenen van deze voorburcht zouden gebruikt zijn om de twee versterkte legerposten Altena en Morgenster te bouwen, van waaruit aanvallen op het nabijgelegen Deventer werden ondernomen door onder andere hertog Karel van Gelre.

De strijd tussen de Heekerens en Bronckhorsten was met de dood van de beide broers echter nog niet gestreden, en gedurende de veertiende eeuw bleven de twee partijen elkaar naar het leven staan. De Nijenbeek was inmiddels als leen aan de familie Van Steenbergen geschonken, die waarschijnlijk een uit een bastaardtak van de hertogelijke familie was voortgekomen.

Opstand

De Nederlandse Opstand zorgde aan het einde van de zestiende eeuw voor bewogen tijden op de Nijenbeek. Na de inname van Zutphen door de Spanjaarden, haastte Deventer zich de Nijenbeek te versterken. Zonder veel succes echter. In 1585 werd het kasteel door de Spanjaarden ingenomen. Een jaar later viel het echter weer in handen van de troepen van de graaf van Leicester, die vervolgens vanuit de Nijenbeek een aanval op Zutphen voorbereidde. Honderd jaar na deze gebeurtenissen dook de Nijenbeek wederom op in de vaderlandse geschiedenis. In het rampjaar 1672 werd het kasteel als hoofdkwartier gebruikt door de Staatse troepen onder leiding van Willem III, die ter plaatse gelegerd waren om te voorkomen dat de Franse invasielegers de IJssel over zouden steken. Deze poging bleek tevergeefs, aangezien de Fransen op een andere lokatie wisten over te steken. De Staatse legers trokken weg en niet veel later moest de Nijenbeek zijn poorten openen voor de Franse troepen.

Restauratie in de 19e eeuw

In 1778 ging de Nijenbeek over op baron Schimmelpenninck van der Oije. Met de wisseling van eigenaar braken er voor de Nijenbeek betere tijden aan. Schimmelpenninck van der Oije liet een ingrijpende restauratie uitvoeren, waarbij onder meer de derde verdieping werd uitgebroken, waardoor de ridderzaal werd verhoogd. Er werd tevens een nieuwe borstwering gemetseld, voorzien van grote, vierkante openingen.

De negentiende-eeuwse kastelenbeschrijver Robide van der Aa liet zich enthousiast uit over de restauratiedrift van de nieuwe eigenaar: ‘mogen wij van ’s mans bekende verkleefdheid aan Vaderlandse gedenkstukken verwachten dat hij Nijenbeek voor een geheel verval zal bewaren, waartoe de hechtheid van deszelfs muren geschikte gelegenheid aanbiedt’. Het bleef niet bij een omvangrijke restauratie. Regelmatig lieten de eigenaars herstelwerkzaamheden uitvoeren. In oktober 1892, november 1898 en oktober 1901 was het kasteel enige tijd gesloten voor het publiek vanwege herstelwerkzaamheden.

Tweede Wereldoorlog

Lang leek het erop dat de Nijenbeek ongeschonden het geweld van de Tweede Wereldoorlog zou doorstaan. Begin april 1945 werd het monumentale gebouw door de geallieerden zwaar beschoten, om zo de op de Nijenbeek gelegerde Duitsers te verjagen. Het kasteel werd ernstig beschadigd. De zestiende-eeuwse aanbouw werd volkomen vernietigd enenvals het negentiende0eeusw piramidedak. De donjon zelf incasseerde talloze granaattreffers.

In afwachting van restauratie werd een houten nooddak aangebracht. In de loop der jaren is dit dat echter verrot en uiteindelijk ingestort, zodat de elementen vrij spel hebben en het bouwwerk steeds verder wordt aangetast. Op de bovenkant van de toren groeit zelfs een boom, waardoor het muurwerk wordt losgewrikt.

Restauratie

Momenteel is het kasteel in bezit van barones van Lynden. Zij erfde het slot in 1991. In 2009 zal een onderzoek plaatsvinden naar de bouwkundige staat van de Nijenbeek. Aansluitend zal een onderzoek plaatsvinden naar de mogelijkheden om het behoud van de Nijenbeek te financieren.

 

 

Share on Facebook